Ik heb een paar geitjes gekocht. Wat moet ik doen om ze gezond te houden?

Geiten zijn, als het om eten gaat, net stofzuigers. Ze eten alles. Daarom mogen er in het weitje van de geiten geen plastic zakjes of andere rommel rondslingeren. Aangezien de klauwtjes van de geiten nogal snel groeien en niet zo snel afslijten op de zachte grond waar geiten meestal op lopen, moeten ze vier tot zes maal per jaar afgesneden worden..Het klauwtje wordt dan in z'n normale vorm teruggebracht en dat verhoogt de weerstand zodat bepaalde ziekten (rotkreupel) of afwijkingen (hoornscheuren) weinig kans krijgen. Een probleem bij het houden van geiten zijn de maag-darmwormen. Deze dieren zijn daar nogal gevoelig voor. Ze kunnen er zelfs aan sterven. Daarom moeten de dieren tussen maart en november regelmatig worden ontwormd. Doe dat in de maanden maart, mei, augustus en november. Een andere ziekte waar vooral jonge geiten gevoelig voor zijn, is "het bloed" dat veroorzaakt wordt door bepaalde bacteriën (Clostridia). Een inenting op een leeftijd van vier en zes weken met een jaarlijkse herhaling geeft de dieren een afdoende bescherming. Er zijn natuurlijk nog meer aandoeningen die bij de geit voor kunnen komen, maar die zie ik minder vaak.

 

DE CAVIA

Afkomst
Als eerste komt aan bod de Cavia; deze naam zegt ons, dank zij de moderne publiciteitsmedia, tegenwoordig zoveel, dat een ieder weet dat het overbekende 'marmotje' en deze Cavia een en hetzelfde dier zijn. De naam Cavia komt meer en meer in zwang en verdringt zowel de naam Guinees biggetje als de naam 'marmotje'. Dit is beter, omdat deze knager geen echte marmot is, er uiterlijk misschien wel wat op lijkt, maar zelfs geen naaste verwant is. Hij behoort in oorsprong tot een groepje knaagdieren waarvan we de verwanten en henzelf uitsluitend aantreffen in Zuid-Amerika, het stamland dus van ons huisdier. Maar ondanks dit feit, is er op het ogenblik waarschijnlijk geen Cavia in Nederland te vinden die daar ooit heeft rondgelopen, zomin als een van hun ouders of grootouders. Want reeds eeuwenlang kennen vele Europese kinderen dit 'marmotje' als hun troeteldier. In het begin van de zestiende eeuw, kort na de ontdekking van Amerika door Columbus in 1492, werden voor zover men heeft kunnen nagaan, de eerste Cavia’s door Hollandse zeelieden op het vasteland van Europa ingevoerd. Ook toen al misten deze dieren de kenmerken van hun wilde verwanten, die nu nog voorkomen in het bergland van Peru. Kennelijk waren ze reeds lang door de mens opgenomen in hun huisdierenbestand, naast Lama en Alpaca. De typische wildkleur, zoals die bijvoorbeeld bij ons de haas heeft, kwam niet meer voor onder deze dieren, maar wel vele variaties van wit, zwart en roodbruin. De Inca's moesten ze reeds eeuwen als huisdier gefokt hebben, met als belangrijkste drijfveer over hun vlees te kunnen beschikken, dat zo buitengewoon smakelijk is. Als aanvulling op het menu dus, zoals wij onze konijnen vaak 
beschouwen. En ook nu nog worden alleen om deze reden Cavia's als huisdier gehouden in de kleine nederzettingen op het platteland van Peru. Vaak lopen ze daar vrij rond in de keuken en leven van de overschotjes. Om ontsnappen te voorkomen is de uitgang voorzien van een verhoogde drempel. De reden waarom deze dieren nooit de rol van vleesproducent zijn gaan spelen in Europa moet hoogst waarschijnlijk gezocht worden in een associatie met de door ons minder gewaardeerde ratten tengevolge van hun uiterlijke gelijkenis.

Nog een enkel woord over hun wilde soortgenoten. Op droge plaatsen in het bergland van Peru zoeken ze overdag onder droog en stekelig struikgewas hun kostje op. In groepjes bijeen, contact met elkaar houdend door het uitstoten van hoge fluittonen. Zo nodig beschutting zoekend in holletjes en spleten in de rots als er gevaar dreigt door de nadering van een roofvogel of als de nacht gaat vallen.

Huisvesting

Welke temperatuur
We kennen dus enkele aspecten van het Caviagedrag in de vrije natuur. Op welke manier kunnen we daar nu zoveel mogelijk aan tegemoet komen bij het inrichten van een verblijf voor deze dieren in ons overwegend vochtige Nederlandse klimaat. Vocht waar ze zacht gezegd een broertje aan dood hebben en waar we dus terdege rekening mee moeten houden.

Zijn we genoodzaakt tengevolge van onze wijze van wonen (bijvoorbeeld een flat) de dieren zomer en winter binnen te houden, dan is er geen vuiltje aan de lucht en speelt bovengenoemde moeilijkheid totaal geen rol. Want dankzij de moderne verwarmings-methoden is het huiskamerklimaat het gehele jaar door voor ons eerder te droog dan te vochtig en daardoor ideaal voor de Cavia. Meestal stijgt het vochtgehalte van de lucht namelijk niet boven de zestig procent.

Minder prettig is natuurlijk wel, dat het dier onder deze omstandigheden altijd binnen zit. Met de voeding moet u daar beslist rekening mee houden en vitamine AD - druppels toevoegen aan het dagelijks menu. Is er daarnaast echter ook gelegenheid hem toch een enkel uurtje van de zon te laten profiteren, op een balkon bijvoorbeeld, neemt u dan die kans te baat zodra hij zich voordoet op zonnige dagen in voorjaar of zomer. Zorg daarbij wel dat het dier, als het dat wil, zich uit de zon kan terugtrekken op een beschaduwde plaats, als het hem onverhoopt te warm wordt. Bovendien moet u bij dit verplaatsen er zorg voor dragen dat de temperatuurwisselingen niet te groot zijn en niet te plotseling verlopen. 's Winters zou ik u aanraden de Cavia's altijd binnen te houden. Alleenzittende exemplaren het liefst in de huiskamer, voor meer exemplaren bijeen in één groep is een vorstvrije ruimte ook voldoende, mits de dieren in hun verblijf de beschikking hebben over een flinke voorraad hooi om zich in te verbergen als ze gaan slapen.

‘s Zomers mogen ze dag en nacht buiten, alweer op voorwaarde dat ze constant beschikken over een droge plaats waar ze kunnen overnachten of schuilen tijdens slecht weer. Ook op deze plaats moet weer voldoende hooi aanwezig zijn voor de Cavia's om zich in terug te trekken. De plaats van een buitenverblijf graag in de zon met een altijd aanwezige uitwijkmogelijkheid naar een schaduwplek. Zorg ook voor een overdekte, dus droge, plaats om te voeren.

Bron: Cavia’s en Goudhamsters. D. Dekker

  Mijn konijn heeft korsten aan de binnenkant van zijn oren. Hij heeft ook jeuk. Wat is er aan de hand?

Waarschijnlijk heeft het konijn oorschurft. Deze aandoening wordt veroorzaakt door een mijt met de moeilijke naam Psoroptes cuniculi. Deze parasiet graaft gangen door het oorslijmvlies, waardoor korsten ontstaan. De konijnen krabben veelvuldig aan hun oor, schudden heftig met de kop en houden deze zelfs scheef als er sprake is van een zeer zware infectie. Onder de korsten kunnen zich allerlei bacteriën ontwikkelen die de afwijking verergeren. De mijten gaan steeds dieper het oor in en kunnen via het middenoor de hersenen bereiken. Er kunnen dan dwangbewegingen en stuipen optreden. Bij de eerste verschijnselen moet het konijn zo snel mogelijk bij de andere konijnen weggehaald worden aangezien dit een zeer besmettelijke ziekte is. De behandeling bestaat uit het verweken van de korsten waarna deze verwijderd kunnen worden. Doe dat voorzichtig want de huid onder de korsten bloedt snel. Daarna moet de parasiet met geneesmiddelen gedood worden. Denk niet dat dan alles achter de rug is, want de mijten bevinden zich ook in groten getale in het stro van de kooi. Haal daarom alle stro en mest eruit en verwijder dat uit huis. Het beste is verbranden. Reinig en ontsmet de kooi en laat deze enige tijd leeg staan. De parasiet is namelijk zeer sterk en de kooi kan dan ook lange tijd besmet blijven.

De Pauw

Pauwen waren al bij de oude Egyptenaren bekend. Ook bij de Romeinen en de Grieken waren deze dieren geliefd. In India worden ze ook tegenwoordig nog als heilig beschouwd en vereerd.
De pauw leefde oorspronkelijk in bossen en oerwoudgebieden in India. Vanwege zijn schoonheid wordt hij inmiddels overal op aarde in gevangenschap gehouden. Hij behoort tot de hoendervogels.
De mannetjes hebben grote staartveren die over de eigenlijke staartveren heen liggen. Tijdens de balts zet het mannetje zijn staartveren op tot een prachtige waaier. Daarbij komen het patroon van de ogen en de oplichtende kleuren goed tot hun recht.
De blauwe pauw wordt beschouwd als de stamvader van de tamme dieren. Zijn kop, hals en borst zijn blauw gekleurd, zijn rug is groen. De staartveren zijn groenblauw en ze zijn voorzien van de typische pauwenogen. Op de kop draagt het mannetje een pluim. De veren zijn aan de bovenkant franje-achtig.
Het verenkleed van het vrouwtje is een stuk gewoner en bruinachtig van kleur. De staart duidelijk kleiner. De sleep ontbreekt totaal.

Na de balts leggen de hennen maximaal 10 eieren in een eenvoudig nest. De broedtijd bedraagt ongeveer 28 - 30 dagen. Kort nadat de kuikens uit het ei zijn gekomen, kunnen ze de moeder al volgen.

Pauwen voeden zich met graankorrels, zaden, knoppen, wormen, kleine weekdieren en reptielen.

Een andere bekende pauw is de argusfazant. In Afrika leeft de Kongopauw, deze  soort heeft duidelijk kortere staartveren.